Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Welkom bij Zorgpunt N Gent - Praktijk Roeselare

Rouwexpert Manu Keirse

Bron

Bio

Klinisch psycholoog en rouwexpert Manu Keirse wijdt al dertig jaar zijn leven aan anderen helpen omgaan met verlies. Keirse is eveneens emeritus hoogleraar verliesverwerking aan de faculteit geneeskunde van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn boek Helpen bij verlies en verdriet werd een bestseller en toont aan hoezeer mensen nog steeds op zoek zijn naar ‘correct’ rouwen.

Het hevige verdriet dat Manu als jonge misdienaar zag bij achterblijvers tijdens ziekenzalving in sterfkamers maakte een onuitwisbare indruk op hem. “De eenzaamheid op hun gelaat, de radeloosheid, het zichzelf opsluiten in verdriet.. zijn allemaal zaken die me nog zeer goed in het geheugen gegrift staan”.

Manu’s ouders gingen zeer open om met de dood waardoor hij sterfte nooit als iets engs ervaarde. En net dat doet er zoveel toe: hoe volwassenen hun eigen angsten voor de dood projecteren op hun kinderen.

Gaan we nu beter om met de dood dan vroeger?

‘Nee, eigenlijk slechter, want we hebben de dood nu ook nog eens uit ons gezichtsveld gebannen. Vroeger gebeurde het sterven bij je thuis en stond er de hele week een groot bronzen kruis voor je huis, waardoor het hele dorp zag: daar is iemand gestorven.

Nu gebeurt het meestal in instellingen, ver van de woonkamers van gezinnen, waardoor de meeste kinderen opgroeien zonder ooit met een stervende te worden geconfronteerd.

Het sterven is bij de meeste mensen ook uit beeld geraakt doordat de gemiddelde levensverwachting nu veel hoger ligt: rond 78 jaar, terwijl het nog maar twee generaties geleden 38 was.

‘Ja, er heerst nog steeds veel onnodige angst rond de dood. Als psycholoog ben ik ervan overtuigd dat mensen angstig zijn voor dingen waar ze niks van weten. Zo werkt angst: het onbekende maakt bang.

Wil je bij mensen de angst voor het sterven wegnemen, dan zul je ze erover moeten onderwijzen. Ik raad mensen regelmatig aan over de dood te gaan lezen.

Wat zou jij aan kinderen willen leren? 

‘Dat “rouwsymptomen” helemaal niet bestaan. “Symptomen” wijst op ziekte, terwijl treuren over een overledene juist doodnormaal is.

Wekelijks kom ik rouwende mensen tegen die antidepressiva voorgeschreven hebben gekregen of naar een psychotherapeut zijn gestuurd.

Ik zeg dan tegen ze: “Depressie is een psychiatrische stoornis, dat heeft u helemaal niet. Wat u wel heeft, is een groot verdriet, wat heel normaal is in uw situatie. Het bewijst namelijk dat u een evenwichtig persoon bent die in staat is liefde te geven en te ontvangen.’

Waarom schrijven dokters dan antidepressiva voor?

‘Omdat het veel makkelijker is snel een recept uit te schrijven dan een kwartier naar mensen te luisteren. Wanneer huisartsen meer aandacht zouden hebben voor het verdriet van patiënten die recent een dierbare zijn kwijtgeraakt, zouden heel wat vastgelopen rouwprocessen worden voorkomen.

Stel, de dokter krijgt een vrouw met griep op het spreekuur wier zoon een jaar geleden door zelfdoding is omgekomen. Hij hoeft haar alleen maar met een warme blik in z’n ogen de vraag te stellen hoe het voor haar is dat ze haar kind nu al een jaar moet missen.

Een gesprekje daarover duurt misschien maar drie minuten en zou al zóveel schelen. Want doordat het verdriet van zo’n moeder gezien en gedeeld wordt, kan ze weer verder.’

Hoe moeten we omgaan met rouw? 

Verdriet verliest zijn scherpe kantjes niet na verloop van tijd. Verpleegkundige weten dat: een wond moet op steriele wijze worden verzorgd en heelt niet gewoon met tijd. Je moet ermee bezig zijn, aan werken.

Er zijn vier sleutels die belangrijk zijn in de rouwarbeid:

  • luisteren
  • correcte informatie verschaffen over de omstandigheden van het overlijden
  • de rouwende met warmte en genegenheid omringen
  • de herinneringen aan de overledene levendig houden

Het verdriet raak je niet kwijt. Je moet het overleven, niet verwerken. Je hoeft de dode niet los te laten.